UTRECHT - Het Openbaar Ministerie (OM) eist gevangenisstraffen tot acht jaar en negen maanden tegen zes mannen. Het OM stelt dat drie van hen samen met anderen een criminele organisatie vormden die auto’s hebben gestolen en klaargemaakt zodat deze konden worden ingezet voor criminele klussen zoals het voorbereiden van moord. Samen met de andere drie andere verdachten worden ze ook verantwoordelijk gehouden voor een ernstig gewelddelict op een man in Utrecht in 2019.
Uit politieonderzoek in Midden-Nederland in augustus 2019 bleek dat de groep betrokken was bij het stelen en helen van in ieder geval elf auto’s die door henzelf en anderen konden worden ingezet. Een garagebox in Utrecht werd daarvoor gebruikt. De groep verdachten kwam tevens in beeld bij de moord op advocaat Derk Wiersum in september 2019 in Amsterdam. Toen bleek dat één van de auto’s gebruikt werd voor het doen van voorverkenningen. Ook leverde de criminele organisatie een autobusje dat is gebruikt bij de moord op de advocaat.
Alle zes verdachten worden daarnaast verantwoordelijk gehouden voor het grondig plannen en uitvoeren van het in elkaar slaan van een man in oktober 2019 in Utrecht. De uitvoerders gebruikten daarbij grof geweld en sloegen met een hamer, een moker en een honkbalknuppel.
De rechtbank Amsterdam veroordeelde in maart 2024 in totaal negen verdachten. Twee verdachten zijn onherroepelijk veroordeeld, tegen zeven verdachten loopt een hoger beroep. Het hof behandelt de hoger beroepszaak van één verdachte A.T., volgens het OM de leider van deze criminele organisatie, op een later moment.
Hoger beroep
Verdachten K. M., J. v.d. S. en A. e. K. zijn volgens het OM direct verantwoordelijk voor het geweld dat gebruikt is tegen een man in oktober 2019. Zij hebben het slachtoffer met grof geweld geslagen. Verdachte K. A. heeft deze drie verdachten vervoerd in een busje en hielp hen te vluchten. Verdachten O.B. heeft geholpen met de voorbereidingen. Het slachtoffer werd bijvoorbeeld geobserveerd en naar de plek in Utrecht gelokt waar hij uiteindelijk in elkaar is geslagen. Verdachte J. S. stond een klaar om op een eerdere datum het slachtoffer in elkaar te slaan.
Het OM stelt dat de twee verdachten, K. A., O. B. die het slachtoffer niet hebben geslagen, maar op een andere manier betrokken waren, ervan uitgingen dat het om een zware mishandeling van het slachtoffer zou gaan.
Het grove geweld dat daadwerkelijk gebruikt is door de drie uitvoerders rekent het OM hen zwaar aan. Anders dan de rechtbank vindt het OM in hoger beroep dat de drie mannen die hebben geslagen, voor poging doodslag moeten worden veroordeeld. Het OM stelt dat er zoveel geweld is gebruikt dat de verdachten hadden kunnen weten dat ze hiermee het slachtoffer hadden kunnen doden. “De keuze van de slagwapens is opvallend en heftig: een moker, een hamer en een honkbalknuppel. Ieder normaal denkend mens kan zich indenken dat een forse klap daarmee op een vitaal lichaamsdeel of op het hoofd wel eens zware, mogelijk fatale gevolgen zou kunnen hebben”, aldus de advocaten-generaal (aanklagers namens het OM in hoger beroep) hierover tijdens de zitting vandaag.
De zes verdachten hebben ieder een eigen aandeel gehad in de feiten. Sommigen van hen zijn inmiddels veroordeeld voor andere delicten. Daar moet het OM rekening mee houden in het bepalen van de strafeis. Ook heeft het onderzoek in eerste aanleg bij de rechtbank langer geduurd dan de termijnen die daarvoor bepaald zijn, dat heeft er aan bijgedragen dat de strafeisen lager zijn.
- Tegen de 35-jarige K. A. eist het OM in hoger beroep een gevangenisstraf van 6 jaar en 6 maanden. Voor deelneming aan een criminele organisatie en het medeplegen van zware mishandeling met voorbedachte raad op een man in oktober 2019. Hij was onder andere de chauffeur bij dat geweldsdelict.
- Tegen de 29-jarige O. B. eist het OM in hoger beroep een gevangenisstraf van 8 jaar en 9 maanden. Voor deelneming aan een criminele organisatie, het medeplegen van zware mishandeling met voorbedachte raad op een man in oktober 2019 en diefstal en heling van tien voertuigen.
- Tegen de 27-jarige A. e. K. eist het OM in hoger beroep een gevangenisstraf van 5 jaar en 6 maanden. Voor het medeplegen van poging doodslag op een man in 2019 en bezit van een stroomstootwapen. Hij was onder andere één van de plegers van het grove geweld.
- Tegen de 31-jarige K. M. eist het OM in hoger beroep een gevangenisstraf van 3 jaar en 122 dagen. Voor het medeplegen van poging doodslag op een man in 2019 en wapenbezit. Hij was onder andere één van de plegers van het grove geweld.
- Tegen de 28-jarige J. S. eist het OM in hoger beroep een gevangenisstraf van 5 jaar en 6 maanden. Voor deelneming aan een criminele organisatie, het voorbereiden van zware mishandeling op een man in 2019, diefstal en heling van zes voertuigen en voor het rijden onder invloed.
- Tegen de 26-jarige J. v.d. S. eist het OM in hoger beroep een gevangenisstraf van 3 jaar en 8 maanden. Voor het medeplegen van poging doodslag op een man in 2019 en wapenbezit. Hij was onder andere één van de plegers van het grove geweld.
Het gerechtshof Amsterdam verwacht op 9 september 2026 uitspraak te doen.

28.8 ℃





































