Zeer ernstig seksueel misbruik, chatgesprekken en video’s
Het misbruik kwam aan het licht nadat twee kinderen uit één gezin vertelden over wat er gebeurd was tijdens het oppassen en welke seksuele handelingen met hen werden verricht. Er volgden ook aangiftes en verklaringen van oppaskinderen uit het andere gezin. Er bleek sprake te zijn van zeer ernstig seksueel misbruik dat volgens een min of meer vast patroon plaatsvond. Onderzoek naar de telefoon van de man wees uit dat de verdachten chatberichten naar elkaar stuurden waarin zij uitgebreid praten en fantaseren over het misbruik van de kinderen. Ook zijn er video’s aangetroffen van het misbruik.
Bewijsmateriaal
Voor vijf kinderen ziet de rechtbank voldoende bewijsmateriaal dat de man vergaande seksuele handelingen bij en met deze kinderen heeft verricht. De verklaringen van deze kinderen worden voor een groot deel bevestigd door de verklaringen van de vrouw. Voor het jongste kind is in het dossier geen bewijs voorhanden dat bij of met dit kind seksuele handelingen zijn verricht.
Bij drie kinderen heeft de vrouw GHB toegediend, zodat zij slaperig en rustiger werden en op die manier het misbruik zouden vergeten of niet meer zouden kunnen herinneren. Dit levert poging tot zware mishandeling op. Gebleken is dat één kind na het toedienen van GHB buiten bewustzijn is geraakt. De vrouw heeft toen geen hulp ingeschakeld. Hiermee heeft zij zich schuldig gemaakt aan het in hulpeloze toestand brengen en laten van dit kind.
De rechtbank vindt dat bij het gepleegde seksueel misbruik sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten. Zonder de tussenkomst en betrokkenheid van de vrouw had het misbruik in eerste instantie niet kunnen plaatsvinden en jarenlang kunnen voortduren. Haar rol in het geheel was essentieel en onmisbaar.
De verdachten hebben de kinderen ook getuige laten zijn van seksuele handelingen door bijvoorbeeld in het bijzijn van de kinderen seks met elkaar te hebben. De rechtbank acht verder bewezen dat de verdachten zich schuldig hebben gemaakt aan het vervaardigen en het bezit van kinderpornografisch materiaal van een aantal kinderen. De man wordt van het verweten bezit van dierenporno vrijgesproken.
Eigen behoeften voorop
De verdachten, die tijdens de oppasperiode getrouwd waren, hadden enkel oog voor hun eigen seksuele behoeften en hebben het welzijn van de kinderen volledig ondergeschikt gemaakt. Daarmee hebben zij het vertrouwen van de ouders, die dachten dat hun kinderen veilig waren bij het oppasstel, ernstig geschaad. Dit blijkt ook uit de indringende slachtofferverklaringen van de ouders die zij tijdens de zitting hebben voorgelezen. De rechtbank rekent het de man aan dat hij niet zijn volle verantwoordelijkheid heeft genomen. In plaats van openheid van zaken te geven, zoals de vrouw heeft gedaan, bleef hij verklaren dat hij geen actieve herinnering heeft en niet bewust seksueel misbruik heeft gepleegd. Gelet op de bewijsmiddelen en de vele chatgesprekken in het dossier, vindt de rechtbank dit geheugenverlies volstrekt ongeloofwaardig.
Stoornissen
Uit het onderzoek van het Pieter Baan Centrum volgt dat bij de man sprake is van een impulsbeheersingsstoornis en een pedofiele stoornis. Volgens de deskundigen valt weinig tot niets te zeggen over de mate waarin deze stoornissen een rol hebben gespeeld bij de feiten. Daarom acht de rechtbank de man volledig toerekeningsvatbaar. Uit de rapporten blijkt dat bij de vrouw sprake is van complexe stoornissen die de gedragskeuzes van de vrouw beperkten. Zij is verminderd toerekeningsvatbaar.
Misbruikzaak van de buitencategorie
Vanwege het zeer vergaand en langdurig seksueel misbruik van (zeer) jonge kinderen en de stuitende manier waarop de verdachten in chats over deze kinderen als gebruiksvoorwerpen hebben gesproken, gaat het hier om een misbruikzaak van de buitencategorie. De rechtbank houdt er in strafverzwarende zin ook rekening mee dat de feiten samen zijn gepleegd en dat de kinderen aan de zorg en waakzaamheid van de verdachten waren toevertrouwd. De rechtbank weegt het toedienen van GHB aan een aantal kinderen ook strafverzwarend mee. De verdachten namen hiermee grote risico’s voor de gezondheid van de kinderen.
Gevangenisstraf en tbs
De rechtbank is van oordeel dat de oplegging van een langdurige gevangenisstraf passend en geboden is. Hoewel deze misbruikzaak een zaak van de buitencategorie is, heeft de rechtbank rekening gehouden met straffen die zijn opgelegd in min of meer vergelijkbare zaken. De rechtbank veroordeelt de man tot 20 jaar gevangenisstraf. Ook krijgt hij tbs met dwangverpleging opgelegd, zodat hij behandeld wordt voor zijn stoornissen. Daarnaast legt de rechtbank hem een contactverbod op met de kinderen en hun ouders.
Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de vrouw vanaf de start wist van het seksueel misbruik van de oppaskinderen door de man en daar ook actief aan heeft bijgedragen. Bij de vrouw houdt de rechtbank rekening met haar verminderde toerekenbaarheid en haar rol, die minder groot was dan die van de man. Haar ondergeschikte, maar ook de soms initiërende rol bij het misbruik, kwam voort uit haar complexe stoornissen. De rechtbank legt de vrouw dan ook een lagere straf op dan de man, en komt tot een gevangenisstraf van 12 jaar en tbs met dwangverpleging. Ook zij krijgt een contactverbod opgelegd. Beide verdachten moeten schadevergoeding aan de kinderen betalen, variërende van € 12.500,- tot € 24.000,-.
De officier van justitie eiste 30 jaar cel en tbs tegen de man en 20 jaar cel en tbs tegen de vrouw. De straffen van de rechtbank vallen lager uit, onder andere omdat de rechtbank niet alle tenlastegelegde feiten bewezen heeft verklaard.

9.9 ℃










































