UTRECHT - Het Openbaar Ministerie (OM) eist 13 jaar gevangenisstraf tegen een 44-jarige man uit Utrecht die verdacht wordt van het doodsteken van een man op 19 juli 2025 in Utrecht. Het dodelijke incident zou het gevolg zijn van een zakelijk conflict.

Uit onderzoek blijkt dat het conflict ontstaat nadat de verdachte werkzaamheden verricht voor het bedrijf van het slachtoffer. Volgens het slachtoffer zijn die werkzaamheden niet goed uitgevoerd en weigert hij daarom om de verdachte te betalen.

Op 19 juli 2025 besluit het slachtoffer met zijn kinderen en een vriend te gaan varen. Onderweg krijgt hij een WhatsApp-bericht van de verdachte. “Je hebt geen tijd om me te betalen, maar wel om te gaan varen”, stuurt de verdachte naar het slachtoffer. Wat volgt is een verhit telefoongesprek, waarin de verdachte volgens de vriend van het slachtoffer bedreigingen uit.

Worsteling

Voor het slachtoffer lijkt de maat vol. Na het varen rijdt hij naar het huis van de verdachte. Getuigen horen hem hard schreeuwen en op de deur van de verdachte bonken. Zodra de verdachte de deur opendoet ontstaat vrijwel meteen een worsteling, waarbij de verdachte het slachtoffer meerdere keren met verschillende messen steekt. Kort daarna overlijdt het slachtoffer.

Recht op leven ontnomen

Volgens het OM heeft de verdachte het slachtoffer om het leven gebracht terwijl hij de keuze had om de confrontatie niet aan te gaan. “Verdachte heeft het slachtoffer één van de meest fundamentele mensenrechten, te weten het recht op leven, ontnomen”, stelt de officier van justitie. Het OM benadrukt ook het onherstelbare leed dat de verdachte de nabestaanden heeft aangedaan. Daarnaast benoemt het OM de impact die het incident heeft gehad op de omstanders die het slachtoffer na het incident op straat hebben aangetroffen. “Meerdere omstanders zijn geconfronteerd met het ernstig gewonde, heftig bloedende slachtoffer. Dit heeft vanzelfsprekend grote gevoelens van angst en onveiligheid opgeleverd”.

Strafeis

Bij het bepalen van de strafeis neemt het OM mee dat de verdachte geen spijt betoont en niet heeft willen meewerken aan een onderzoek naar z’n psychische gesteldheid, waardoor hij volledig toerekeningsvatbaar is verklaard. Ook neemt het OM mee dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit. Alles meewegend eist het OM 13 jaar gevangenisstraf en een contact- en locatieverbod. Ook vraagt het OM de rechtbank om de verdachte een gedragsbeïnvloedende maatregel op te leggen. Op die manier kan de rechtbank na afloop van de uitgezeten gevangenisstraf de nodige interventies alsnog opleggen.

De rechtbank doet op 30 juni uitspraak.