AMERSFOORT - Vier mannen uit Amersfoort zijn door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld voor hun betrokkenheid bij wapenhandel. Twee van hen stalen de wapens en munitie om die vervolgens met twee anderen te verhandelen. Het tweetal dat ook verantwoordelijk is voor de diefstal is veroordeeld tot één jaar gevangenisstraf. De rechtbank legt de andere twee deels voorwaardelijke gevangenisstraffen én taakstraffen op.


Wapendeal met politie

De politie kwam de mannen op het spoor door deel te nemen aan een Telegram-groep. In die groepsapp werden wapens en munitie aangeboden. Agenten gingen op zo’n aanbod in en kwamen uiteindelijk tot een deal. Eind augustus 2022 vond de overdracht van de wapens plaats op een industrieterrein in Amersfoort. Vlak nadat de agenten de wapens ontvingen en het geld aan de verdachten gaven, werd één van die verdachten direct aangehouden.


Diefstal

Via telefoongegevens kwamen ook de andere drie verdachten in beeld. Op grond van hun onderlinge berichtenverkeer wordt duidelijk dat de 25- en 23-jarige verdachten de leiding hadden en de twee jongere verdachten van 19 en 20 jaar aanstuurden. Uiteindelijk kon de politie de twee verdachten met een leidinggevende rol ook linken aan de diefstal van wapens en munitie uit een woning in Hoevelaken, begin augustus 2022. De rechtmatige eigenaar, die een vergunning had, herkende de verhandelde wapens. Vervolgens werd duidelijk dat de telefoons van de verdachten in de nacht van de diefstal aanstraalden vanuit het betreffende huis in Hoevelaken.


Straffen

Alle vier de mannen worden veroordeeld voor hun betrokkenheid bij de wapenhandel. De rechtbank noemt het heftig dat de wapendeal op klaarlichte dag, op een industrieterrein in Amersfoort, plaatsvond. Hun gedrag was schokkend en gevaarlijk. Het verhandelen van vuurwapens brengt grote risico’s met zich mee, aangezien wapens gebruikt worden in het criminele milieu. De rechtbank veroordeelt de twee verdachten die een leidinggevende rol hadden en ook verantwoordelijk waren voor de diefstal tot één jaar gevangenisstraf. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk, maar de rechtbank weegt de feiten zwaarder. Daarnaast ziet de rechtbank bij beide verdachten weinig motivatie om aan zichzelf te werken, waardoor een voorwaardelijke celstraf voor de rechtbank geen optie is. De andere twee verdachten worden veroordeeld tot celstraffen van 177 dagen waarvan 90 voorwaardelijk en 8 maanden waarvan 3 voorwaardelijk. Zij hoeven niet terug naar de gevangenis, maar moeten wél allebei een taakstraf uitvoeren.