UTRECHT - Verzekeraar ASR heeft de brandverzekering van een autobedrijf in Utrecht begin dit jaar onrechtmatig beëindigd. Dat oordeelt de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland. ASR beëindigde de verzekering met het bedrijf nadat daar een explosief was ontploft. Maar volgens de rechtbank heeft de verzekeraar het tussentijds stopzetten onvoldoende duidelijk gemotiveerd.


Explosief
In de nacht van 10 op 11 april 2019 woedde brand bij het autobedrijf. Die was ontstaan nadat een onbekend persoon een explosief (een handgranaat of een fosforgranaat) naar binnen had gegooid. De ontploffing zorgde voor een brand die tot grote schade leidde. De eigenaar van het bedrijf meldde de schade van bijna € 124.000,- bij ASR. Die wikkelde de schade op 19 september van dat jaar af. Een deel van het schadebedrag is toen ook uitgekeerd.

Brandverzekering stopgezet
Een paar weken later liet ASR aan het autobedrijf weten dat de verzekering per 1 januari 2020 beëindigd zou worden. In de opzeggingsbrief stond vanwege ‘de bij de schadebehandeling geconstateerde bevindingen’. Het autobedrijf maakte bezwaar tegen de opzegging, maar zonder resultaat. ASR herhaalde wat in de opzeggingsbrief stond. Daarnaast liet de verzekeraar weten te willen stoppen met de verzekering vanwege het explosief en de daaropvolgende brand. Een poging van het autobedrijf om ergens anders een nieuwe verzekering af te sluiten, werd geweigerd. Dit betekent dat het bedrijf sinds begin dit jaar niet verzekerd is voor brandschade.

Onvoldoende gemotiveerd
De eigenaar van het autobedrijf wil dat zijn verzekering bij ASR wordt hervat. De voorzieningenrechter wijst die vordering toe. Verzekeraars moeten terughoudend omgaan met het tussentijds opzeggen van een verzekering. Alleen als de omstandigheden zeer ernstig zijn én in de voorwaarden staan, kunnen ze dit doen. Bovendien moet de verzekeraar dan direct aan de verzekerde mededelen op basis waarvan de verzekering wordt beëindigd. Dit heeft ASR niet gedaan. In de opzeggingsbrief wordt enkel vermeld dat de verzekering stopt vanwege ‘de bij de schadebehandeling geconstateerde bevindingen’. Pas nadat de verzekerde bezwaar had gemaakt, lichtte ASR toe dat het te maken had met de brand die veroorzaakt is door een ontplofte granaat. In deze kortgedingprocedure bracht ASR vervolgens allerlei stukken in die het stopzetten van de verzekering zouden rechtvaardigen. De voorzieningenrechter oordeelt dat dit te laat is. ASR had deze toelichting, aan de hand van de eigen voorwaarden, meteen bij de beëindiging moeten geven. Omdat dit niet is gebeurd, is de opzegging onvoldoende gemotiveerd. De verzekering moet daarom met terugwerkende kracht per 1 januari 2020 worden hervat. De voorzieningenrechter legt hierbij een dwangsom op van € 250 per dag, met een maximum van € 15.000.